Page 12 - fullnew

This is a SEO version of fullnew. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
17. Zo waren al de dagen van Mahalalel
achthonderd vijfennegentig jaar; en hij stierf.
17. Todos os dias de Maalalel foram oitocentos e
noventa e cinco anos; e morreu.
18. Toen Jered honderd tweeenzestig jaar geleefd
had, verwekte hij Henoch.
18. Jarede viveu cento e sessenta e dois anos, e
gerou a Enoque.
19. En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt
had, achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en
dochteren.
19. Viveu Jarede, depois que gerou a Enoque,
oitocentos anos; e gerou filhos e filhas.
20. Zo waren al de dagen van Jered
negenhonderd tweeenzestig jaar; en hij stierf.
20. Todos os dias de Jarede foram novecentos e
sessenta e dois anos; e morreu.
21. Toen Henoch vijfenzestig jaar geleefd had,
verwekte hij Metuselach.
21. Enoque viveu sessenta e cinco anos, e gerou a
Matusalém.
22. En Henoch wandelde met God, nadat hij
Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij
verwekte zonen en dochteren.
22. Andou Enoque com Deus, depois que gerou a
Matusalém, trezentos anos; e gerou filhos e filhas.
23. Zo waren al de dagen van Henoch
driehonderd vijfenzestig jaar.
23. Todos os dias de Enoque foram trezentos e
sessenta e cinco anos;
24. En Henoch wandelde met God, en hij was
niet meer, want God had hem opgenomen.
24. Enoque andou com Deus; e não apareceu
mais, porquanto Deus o tomou.
25. Toen Metuselach honderd zevenentachtig jaar
geleefd had, verwekte hij Lamech.
25. Matusalém viveu cento e oitenta e sete anos, e
gerou a Lameque.
26. En Metuselach leefde, nadat hij Lamech
verwekt had, zevenhonderd tweeentachtig jaar, en
hij verwekte zonen en dochteren.
26. Viveu Matusalém, depois que gerou a
Lameque, setecentos e oitenta e dois anos; e
gerou filhos e filhas.
27. Zo waren al de dagen van Metuselach
negenhonderd negenenzestig jaar; en hij stierf.
27. Todos os dias de Matusalém foram
novecentos e sessenta e nove anos; e morreu.
28. Toen Lamech honderd tweeentachtig jaar
geleefd had, verwekte hij een zoon,
28. Lameque viveu cento e oitenta e dois anos, e
gerou um filho,
29. en gaf hem de naam Noach, zeggende: Deze
zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer
handen op deze aardbodem, die de Here vervloekt
heeft.
29. a quem chamou Noé, dizendo: Este nos
consolará acerca de nossas obras e do trabalho de
nossas mãos, os quais provêm da terra que o
Senhor amaldiçoou.
30. En Lamech leefde, nadat hij Noach verwekt
had, vijfhonderd vijfennegentig jaar, en hij
verwekte zonen en dochteren.
30. Viveu Lameque, depois que gerou a Noé,
quinhentos e noventa e cinco anos; e gerou filhos
e filhas.
31. Zo waren al de dagen van Lamech
zevenhonderd zevenenzeventig jaar; en hij stierf.
31. Todos os dias de Lameque foram setecentos e
setenta e sete anos; e morreu.
32. Toen Noach vijfhonderd jaar oud geworden
was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafet.
32. E era Noé da idade de quinhentos anos; e
gerou Noé a Sem, Cão e Jafé.
Genesis 6
Gênesis 6
1. Toen de mensen zich op de aarde begonnen te
vermenigvuldigen en hun dochters geboren
werden,
1. Sucedeu que, quando os homens começaram a
multiplicar-se sobre a terra, e lhes nasceram
filhas,
2. zagen de zonen Gods, dat de dochters der
mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit
vrouwen, wie zij maar verkozen.
2. viram os filhos de Deus que as filhas dos
homens eram formosas; e tomaram para si
mulheres de todas as que escolheram.
3. En de Here zeide: Mijn Geest zal niet altoos in
de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij
is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar
zijn.
3. Então disse o Senhor: O meu Espírito não
permanecerá para sempre no homem, porquanto
ele é carne, mas os seus dias serão cento e vinte
anos.
9