13. Dezen zijn een van zin en geven hun kracht
en macht aan het beest.
13. Estes têm um mesmo intento, e entregarão o
seu poder e autoridade à besta.
14. Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam,
maar het Lam zal hen overwinnen (want Hij is de
Here der heren en de Koning der koningen) en
zij, die met Hem zijn, de geroepenen en
uitverkorenen en gelovigen.
14. Estes combaterão contra o Cordeiro, e o
Cordeiro os vencerá, porque é o Senhor dos
senhores e o Rei dos reis; vencerão também os
que estão com ele, os chamados, e eleitos, e fiéis.
15. En hij zeide tot mij: De wateren, die gij zaagt,
waarop de hoer gezeten is, zijn natien en
menigten en volken en talen.
15. Disse-me ainda: As águas que viste, onde se
assenta a prostituta, são povos, multidões, nações
e línguas.
16. En de tien horens, die gij zaagt, en het beest,
dezen zullen de hoer haten, en zij zullen haar
berooid maken en naakt, haar vlees eten en haar
met vuur verbranden.
16. E os dez chifres que viste, e a besta, estes
odiarão a prostituta e a tornarão desolada e nua, e
comerão as suas carnes, e a queimarão no fogo.
17. Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin
te volbrengen en dit eensgezind te doen en hun
koningschap aan het beest te geven, totdat de
woorden Gods zullen voleindigd zijn.
17. Porque Deus lhes pôs nos corações o
executarem o intento dele, chegarem a um
acordo, e entregarem à besta o seu reino, até que
se cumpram as palavras de Deus.
18. En de vrouw, die gij zaagt, is de grote stad,
die het koningschap heeft over de koningen der
aarde.
18. E a mulher que viste é a grande cidade que
reina sobre os reis da terra.
Openbaring 18
Apocalipse 18
1. Hierna zag ik een andere engel, die grote
macht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde
werd door zijn lichtglans verlicht.
1. Depois destas coisas vi descer do céu outro
anjo que tinha grande autoridade, e a terra foi
iluminada com a sua glória.
2. En hij riep met sterke stem, zeggende:
Gevallen, gevallen is de grote stad Babylon en zij
is geworden een woonplaats van duivelen, een
schuilplaats van alle onreine geesten en een
schuilplaats van alle onrein en verfoeid
gevogelte,
2. E ele clamou com voz forte, dizendo: Caiu,
caiu a grande Babilônia, e se tornou morada de
demônios, e guarida de todo espírito imundo, e
guarida de toda ave imunda e detestável.
3. omdat van de wijn van de hartstocht harer
hoererij al de volken gedronken hebben en de
koningen der aarde met haar gehoereerd hebben
en de kooplieden der aarde rijk geworden zijn uit
de macht harer weelderigheid.
3. Porque todas as nações têm bebido do vinho da
ira da sua prostituição, e os reis da terra se
prostituíram com ela; e os mercadores da terra se
enriqueceram com a abundância de suas delícias.
4. En ik hoorde een andere stem uit de hemel
zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij
geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet
ontvangt van haar plagen.
4. Ouvi outra voz do céu dizer: Sai dela, povo
meu, para que não sejas participante dos sete
pecados, e para que não incorras nas suas pragas.
5. Want haar zonden hebben zich opgehoopt tot
aan de hemel en God heeft aan haar
ongerechtigheid gedacht.
5. Porque os seus pecados se acumularam até o
céu, e Deus se lembrou das iniqüidades dela.
6. Vergeldt haar, gelijk ook zij vergolden heeft,
en geeft haar dubbel naar haar werken; mengt
haar het dubbele in de beker, die zij gemengd
heeft;
6. Tornai a dar-lhe como também ela vos tem
dado, e retribuí-lhe em dobro conforme as suas
obras; no cálice em que vos deu de beber dai-lhe
a ela em dobro.
7. geeft haar zoveel pijniging en rouw, als zij
heerlijkheid en weelde genoten heeft. Want zij
zegt in haar hart: Ik troon als koningin, ik ben
geen weduwe en geen rouw zal ik zien.
7. Quanto ela se glorificou, e em delícias esteve,
tanto lhe dai de tormento e de pranto; pois que ela
diz em seu coração: Estou assentada como rainha,
e não sou viúva, e de modo algum verei o pranto.
2152