Page 2160 - fullnew

This is a SEO version of fullnew. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
11. En ik zag een grote witte troon en Hem, die
daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de
aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd
voor hen gevonden.
11. E vi um grande trono branco e o que estava
assentado sobre ele, de cuja presença fugiram a
terra e o céu; e não foi achado lugar para eles.
12. En ik zag de doden, de groten en de kleinen,
staande voor de troon, en er werden boeken
geopend. En nog een ander boek werd geopend,
het boek des levens; en de doden werden
geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken
geschreven stond, naar hun werken.
12. E vi os mortos, grandes e pequenos, em pé
diante do trono; e abriram-se uns livros; e abriu-
se outro livro, que é o da vida; e os mortos foram
julgados pelas coisas que estavam escritas nos
livros, segundo as suas obras.
13. En de zee gaf de doden, die in haar waren, en
de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in
hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder
naar zijn werken.
13. O mar entregou os mortos que nele havia; e a
morte e o hades entregaram os mortos que neles
havia; e foram julgados, cada um segundo as suas
obras.
14. En de dood en het dodenrijk werden in de
poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood:
de poel des vuurs.
14. E a morte e o hades foram lançados no lago
de fogo. Esta é a segunda morte, o lago de fogo.
15. En wanneer iemand niet bevonden werd
geschreven te zijn in het boek des levens, werd
hij geworpen in de poel des vuurs.
15. E todo aquele que não foi achado inscrito no
livro da vida, foi lançado no lago de fogo.
Openbaring 21
Apocalipse 21
1. En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe
aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde
was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.
1. E vi um novo céu e uma nova terra. Porque já
se foram o primeiro céu e a primeira terra, e o
mar já não existe.
2. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem,
nederdalende uit de hemel, van God, getooid als
een bruid, die voor haar man versierd is.
2. E vi a santa cidade, a nova Jerusalém, que
descia do céu da parte de Deus, adereçada como
uma noiva ataviada para o seu noivo.
3. En ik hoorde een luide stem van de troon
zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en
Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken
zijn en God zelf zal bij hen zijn,
3. E ouvi uma grande voz, vinda do trono, que
dizia: Eis que o tabernáculo de Deus está com os
homens, pois com eles habitará, e eles serão o seu
povo, e Deus mesmo estará com eles.
4. en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen,
en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch
geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de
eerste dingen zijn voorbijgegaan.
4. Ele enxugará de seus olhos toda lágrima; e não
haverá mais morte, nem haverá mais pranto, nem
lamento, nem dor; porque já as primeiras coisas
são passadas.
5. En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie,
Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf,
want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.
5. E o que estava assentado sobre o trono disse:
Eis que faço novas todas as coisas. E acrescentou:
Escreve; porque estas palavras são fiéis e
verdadeiras.
6. En Hij sprak tot mij: Zij zijn geschied. Ik ben
de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal
de dorstige geven uit de bron van het water des
levens, om niet.
6. Disse-me ainda: está cumprido: Eu sou o Alfa
e o Ómega, o princípio e o fim. A quem tiver
sede, de graça lhe darei a beber da fonte da água
da vida.
7. Wie overwint, zal deze dingen beerven, en Ik
zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon
zijn.
7. Aquele que vencer herdará estas coisas; e eu
serei seu Deus, e ele será meu filho.
8. Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de
verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de
tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars;
hun deel is in de poel, die brandt van vuur en
zwavel: dit is de tweede dood.
8. Mas, quanto aos medrosos, e aos incrédulos, e
aos abomináveis, e aos homicidas, e aos
adúlteros, e aos feiticeiros, e aos idólatras, e a
todos os mentirosos, a sua parte será no lago
ardente de fogo e enxofre, que é a segunda morte.
2157