8. En de vierde goot zijn schaal uit over de zon en
haar werd gegeven de mensen te verzengen met
vuur.
8. O quarto anjo derramou a sua taça sobre o sol,
e foi-lhe permitido que abrasasse os homens com
fogo.
9. En de mensen werden verzengd door de grote
hitte en zij lasterden de naam van God, die de
macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden
zich niet om Hem eer te geven.
9. E os homens foram abrasados com grande
calor; e blasfemaram o nome de Deus, que tem
poder sobre estas pragas; e não se arrependeram
para lhe darem glória.
10. En de vijfde goot zijn schaal uit over de troon
van het beest, en zijn rijk werd verduisterd, en zij
kauwden op hun tong van pijn,
10. O quinto anjo derramou a sua taça sobre o
trono da besta, e o seu reino se fez tenebroso; e os
homens mordiam de dor as suas línguas.
11. en zij lasterden de God des hemels vanwege
hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij
bekeerden zich niet van hun werken.
11. E por causa das suas dores, e por causa das
suas chagas, blasfemaram o Deus do céu; e não se
arrependeram das suas obras.
12. En de zesde goot zijn schaal uit op de grote
rivier, de Eufraat, en zijn water droogde op, zodat
de weg bereid werd voor de koningen, die van de
opgang der zon komen.
12. O sexto anjo derramou a sua taça sobre o
grande rio Eufrates; e a sua água secou-se, para
que se preparasse o caminho dos reis que vêm do
oriente.
13. En ik zag uit de bek van de draak en uit de
bek van het beest en uit de mond van de valse
profeet drie onreine geesten komen, als
kikvorsen;
13. E da boca do dragão, e da boca da besta, e da
boca do falso profeta, vi saírem três espíritos
imundos, semelhantes a rãs.
14. want het zijn geesten van duivelen, die
tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der
gehele wereld, om hen te verzamelen tot de
oorlog op de grote dag van de almachtige God.
14. Pois são espíritos de demônios, que operam
sinais; os quais vão ao encontro dos reis de todo o
mundo, para os congregar para a batalha do
grande dia do Deus Todo-Poderoso.
15. Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij, die waakt
en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt
wandele en zijn schaamte niet gezien worde.
15. (Eis que venho como ladrão. Bem-aventurado
aquele que vigia, e guarda as suas vestes, para
que não ande nu, e não se veja a sua nudez.)
16. En hij verzamelde hen op de plaats, die in het
Hebreeuws genoemd wordt Harmagedon.
16. E eles os congregaram no lugar que em
hebraico se chama Armagedom.
17. En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht
en er kwam een luide stem uit de tempel, van de
troon, zeggende: Het is geschied.
17. O sétimo anjo derramou a sua taça no ar; e
saiu uma grande voz do santuário, da parte do
trono, dizendo: Está feito.
18. En er kwamen bliksemstralen en stemmen en
donderslagen, en er geschiedde een grote
aardbeving, zo groot als er geen geweest is, sedert
een mens op de aarde was: zo hevig was deze
aardbeving, zo groot.
18. E houve relâmpagos e vozes e trovões; houve
também um grande terremoto, qual nunca
houvera desde que há homens sobre a terra,
terremoto tão forte quão grande;
19. En de grote stad viel in drie stukken uiteen en
de steden der volken stortten in. En het grote
Babylon werd voor God in gedachtenis gebracht,
om daaraan de beker met de wijn van de
gramschap zijns toorns te geven.
19. e a grande cidade fendeu-se em três partes, e
as cidades das nações caíram; e Deus lembrou-se
da grande Babilônia, para lhe dar o cálice do
vinho do furor da sua ira.
20. En alle eilanden vluchtten weg en bergen
werden niet meer gevonden.
20. Todas ilhas fugiram, e os montes não mais se
acharam.
21. En grote hagel stenen, een talent zwaar,
vielen uit de hemel op de mensen, en de mensen
lasterden God vanwege de plaag van de hagel,
want de plaag daarvan was zeer groot.
21. E sobre os homens caiu do céu uma grande
saraivada, pedras quase do peso de um talento; e
os homens blasfemaram de Deus por causa da
praga da saraivada; porque a sua praga era mui
grande.
2150