Page 17 - fullnew

This is a SEO version of fullnew. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
20. En Noach bouwde een altaar voor de Here, en
hij nam van al het reine vee en van al het reine
gevogelte en bracht brandoffers op het altaar.
20. Edificou Noé um altar ao Senhor; e tomou de
todo animal limpo e de toda ave limpa, e ofereceu
holocaustos sobre o altar.
21. Toen de Here de liefelijke reuk rook, zeide de
Here bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer
vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel
van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan,
en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik
gedaan heb.
21. Sentiu o Senhor o suave cheiro e disse em seu
coração: Não tornarei mais a amaldiçoar a terra
por causa do homem; porque a imaginação do
coração do homem é má desde a sua meninice;
nem tornarei mais a ferir todo vivente, como
acabo de fazer.
22. Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat,
zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter,
dag en nacht, niet ophouden.
22. Enquanto a terra durar, não deixará de haver
sementeira e ceifa, frio e calor, verão e inverno,
dia e noite.
Genesis 9
Gênesis 9
1. En God zegende Noach en zijn zonen en zeide
tot hen: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult
de aarde.
1. Abençoou Deus a Noé e a seus filhos, e disse-
lhes: Frutificai e multiplicai-vos, e enchei a terra.
2. En de vrees en de schrik voor u zij over al het
gedierte der aarde en over al het gevogelte des
hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle
vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
2. Terão medo e pavor de vós todo animal da
terra, toda ave do céu, tudo o que se move sobre a
terra e todos os peixes do mar; nas vossas mãos
são entregues.
3. Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze
zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het
groene kruid.
3. Tudo quanto se move e vive vos servirá de
mantimento, bem como a erva verde; tudo vos
tenho dado.
4. Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij
niet eten.
4. A carne, porém, com sua vida, isto é, com seu
sangue, não comereis.
5. En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al
het gedierte zal Ik het eisen en van de mensen
onderling zal Ik het leven des mensen eisen.
5. Certamente requererei o vosso sangue, o
sangue das vossas vidas; de todo animal o
requererei; como também do homem, sim, da
mão do irmão de cada um requererei a vida do
homem.
6. Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal
door de mens vergoten worden, want naar het
beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt.
6. Quem derramar sangue de homem, pelo
homem terá o seu sangue derramado; porque
Deus fez o homem à sua imagem.
7. En gij, weest vruchtbaar en wordt talrijk,
wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop.
7. Mas vós frutificai, e multiplicai-vos; povoai
abundantemente a terra, e multiplicai-vos nela.
8. En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met
hem:
8. Disse também Deus a Noé, e a seus filhos com
ele:
9. Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw
nageslacht,
9. Eis que eu estabeleço o meu pacto convosco e
com a vossa descendência depois de vós,
10. en met alle levende wezens die bij u zijn: het
gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde
bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle
gedierte der aarde.
10. e com todo ser vivente que convosco está:
com as aves, com o gado e com todo animal da
terra; com todos os que saíram da arca, sim, com
todo animal da terra.
11. Ik dan richt mijn verbond met u op, dat
voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van
de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er
geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te
verderven.
11. Sim, estabeleço o meu pacto convosco; não
será mais destruída toda a carne pelas águas do
dilúvio; e não haverá mais dilúvio, para destruir a
terra.
14