Page 18 - fullnew

This is a SEO version of fullnew. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
12. En God zeide: Dit is het teken van het
verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle
levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende
geslachten:
12. E disse Deus: Este é o sinal do pacto que
firmo entre mim e vós e todo ser vivente que está
convosco, por gerações perpétuas:
13. mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot
een teken zij van het verbond tussen Mij en de
aarde.
13. O meu arco tenho posto nas nuvens, e ele será
por sinal de haver um pacto entre mim e a terra.
14. Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng
en de boog in de wolken verschijnt,
14. E acontecerá que, quando eu trouxer nuvens
sobre a terra, e aparecer o arco nas nuvens,
15. zal Ik mijn verbond gedenken, dat tussen Mij
en u en alle levende wezens van alle vlees
bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed
zullen worden om al wat leeft te verderven.
15. então me lembrarei do meu pacto, que está
entre mim e vós e todo ser vivente de toda a
carne; e as águas não se tornarão mais em dilúvio
para destruir toda a carne.
16. Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem
zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen
God en alle levende wezens van alle vlees, dat op
aarde is.
16. O arco estará nas nuvens, e olharei para ele a
fim de me lembrar do pacto perpétuo entre Deus e
todo ser vivente de toda a carne que está sobre a
terra.
17. En God zeide tot Noach: Dit is het teken van
het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al
wat op de aarde leeft.
17. Disse Deus a Noé ainda: Esse é o sinal do
pacto que tenho estabelecido entre mim e toda a
carne que está sobre a terra.
18. De zonen van Noach, die uit de ark gegaan
waren, waren Sem, Cham en Jafet; Cham was de
vader van Kanaan.
18. Ora, os filhos de Noé, que saíram da arca,
foram Sem, Cão e Jafé; e Cão é o pai de Canaã.
19. Deze drie waren de zonen van Noach, en uit
dezen is de gehele aarde bevolkt.
19. Estes três foram os filhos de Noé; e destes foi
povoada toda a terra.
20. En Noach werd een landman en plantte een
wijngaard.
20. E começou Noé a cultivar a terra e plantou
uma vinha.
21. Toen hij van de wijn gedronken had, werd hij
dronken en hij ontblootte zich in zijn tent.
21. Bebeu do vinho, e embriagou-se; e achava-se
nu dentro da sua tenda.
22. Toen zag Cham, de vader van Kanaan, zijns
vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide
broeders buiten.
22. E Cão, pai de Canaã, viu a nudez de seu pai, e
o contou a seus dois irmãos que estavam fora.
23. Daarop namen Sem en Jafet een mantel,
legden die op hun beider schouders, liepen
achterwaarts en bedekten huns vaders naaktheid,
terwijl hun aangezicht afgewend was, zodat zij
huns vaders naaktheid niet zagen.
23. Então tomaram Sem e Jafé uma capa, e
puseram-na sobre os seus ombros, e andando
virados para trás, cobriram a nudez de seu pai,
tendo os rostos virados, de maneira que não viram
a nudez de seu pai.
24. Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en
vernam, wat zijn jongste zoon hem aangedaan
had,
24. Despertado que foi Noé do seu vinho, soube o
que seu filho mais moço lhe fizera;
25. zeide hij: Vervloekt zij Kanaan, een knecht
der knechten zij hij voor zijn broeders.
25. e disse: Maldito seja Canaã; servo dos servos
será de seus irmãos.
26. Voorts zeide hij: Geprezen zij de Here, de
God van Sem, maar Kanaan zij hem tot knecht.
26. Disse mais: Bendito seja o Senhor, o Deus de
Sem; e seja-lhe Canaã por servo.
27. God breide Jafet uit, en hij wone in de tenten
van Sem, en Kanaan zij hem tot knecht.
27. Alargue Deus a Jafé, e habite Jafé nas tendas
de Sem; e seja-lhe Canaã por servo.
28. En Noach leefde na de vloed driehonderd
vijftig jaar;
28. Viveu Noé, depois do dilúvio, trezentos e
cinqüenta anos.
29. zo waren al de dagen van Noach
negenhonderd vijftig jaar; en hij stierf.
29. E foram todos os dias de Noé novecentos e
cinqüenta anos; e morreu.
15