19. want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden
zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg
des Heren zouden bewaren door gerechtigheid en
recht te doen, opdat de Here aan Abraham
vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.
19. Porque eu o tenho escolhido, a fim de que ele
ordene a seus filhos e a sua casa depois dele, para
que guardem o caminho do Senhor, para
praticarem retidão e justiça; a fim de que o
Senhor faça vir sobre Abraão o que a respeito
dele tem falado.
20. Daarop zeide de Here: Het geroep over
Sodom en Gomorra is voorwaar te groot, en haar
zonde is voorwaar zeer zwaar.
20. Disse mais o Senhor: Porquanto o clamor de
Sodoma e Gomorra se tem multiplicado, e
porquanto o seu pecado se tem agravado muito,
21. Ik wil nederdalen om te zien, of zij inderdaad
gedaan hebben naar het geroep, dat tot Mij
gekomen is, of niet; Ik wil het weten.
21. descerei agora, e verei se em tudo têm
praticado segundo o seu clamor, que a mim tem
chegado; e se não, sabê-lo-ei.
22. Toen wendden die mannen zich vandaar en
gingen naar Sodom, maar Abraham bleef nog
staan voor de Here.
22. Então os homens, virando os seus rostos dali,
foram-se em direção a Sodoma; mas Abraão ficou
ainda em pé diante do Senhor.
23. En Abraham trad nader en zeide: Zult Gij dan
de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen?
23. E chegando-se Abraão, disse: Destruirás
também o justo com o ímpio?
24. Misschien zullen er vijftig rechtvaardigen in
de stad zijn; zult Gij haar dan verdelgen, en aan
de plaats geen vergiffenis schenken ter wille van
de vijftig rechtvaardigen, die in haar zijn?
24. Se porventura houver cinqüenta justos na
cidade, destruirás e não pouparás o lugar por
causa dos cinqüenta justos que ali estão?
25. Het zij verre van U, aldus te handelen, de
rechtvaardige te doden met de goddeloze, zodat
de rechtvaardige zou zijn gelijk de goddeloze;
verre zij het van U; zou de Rechter der ganse
aarde geen recht doen?
25. Longe de ti que faças tal coisa, que mates o
justo com o ímpio, de modo que o justo seja
como o ímpio; esteja isto longe de ti. Não fará
justiça o juiz de toda a terra?
26. En de Here zeide: Indien Ik te Sodom vijftig
rechtvaardigen in de stad vind, zal Ik de gehele
plaats vergiffenis schenken om hunnentwil.
26. Então disse o Senhor: Se eu achar em Sodoma
cinqüenta justos dentro da cidade, pouparei o
lugar todo por causa deles.
27. En Abraham antwoordde: Zie toch, ik heb mij
verstout tot de Here te spreken, hoewel ik stof en
as ben.
27. Tornou-lhe Abraão, dizendo: Eis que agora
me atrevi a falar ao Senhor, ainda que sou pó e
cinza.
28. Misschien ontbreken er aan de vijftig
rechtvaardigen vijf; zult Gij dan om die vijf de
gehele stad verwoesten? En Hij zeide: Ik zal haar
niet verwoesten, indien Ik er vijfenveertig vind.
28. Se porventura de cinqüenta justos faltarem
cinco, destruirás toda a cidade por causa dos
cinco? Respondeu ele: Não a destruirei, se eu
achar ali quarenta e cinco.
29. En hij sprak verder tot Hem en zeide:
Misschien worden er daar veertig gevonden. En
Hij zeide: Ik zal het niet doen ter wille van de
veertig.
29. Continuou Abraão ainda a falar-lhe, e disse:
Se porventura se acharem ali quarenta? Mais uma
vez assentiu: Por causa dos quarenta não o farei.
30. En hij zeide: De Here worde toch niet toornig,
als ik nog eens spreek; misschien worden er daar
dertig gevonden. En Hij zeide: Ik zal het niet
doen, indien Ik er daar dertig vind.
30. Disse Abraão: Ora, não se ire o Senhor, se eu
ainda falar. Se porventura se acharem ali trinta?
De novo assentiu: Não o farei, se achar ali trinta.
31. En hij zeide: Zie toch, ik heb mij verstout tot
de Here te spreken; misschien worden er daar
twintig gevonden. En Hij zeide: Ik zal haar niet
verwoesten ter wille van de twintig.
31. Tornou Abraão: Eis que outra vez me a atrevi
a falar ao Senhor. Se porventura se acharem ali
vinte? Respondeu-lhe: Por causa dos vinte não a
destruirei.
32. En hij zeide: De Here worde toch niet toornig,
als ik nog eenmaal spreek; misschien worden er
daar tien gevonden. En Hij zeide: Ik zal haar niet
verwoesten ter wille van de tien.
32. Disse ainda Abraão: Ora, não se ire o Senhor,
pois só mais esta vez falarei. Se porventura se
acharem ali dez? Ainda assentiu o Senhor: Por
causa dos dez não a destruirei.
29