Page 59 - fullnew

This is a SEO version of fullnew. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
6. Toen zeide Rachel: God heeft mij recht
verschaft, ook heeft Hij mij verhoord en mij een
zoon gegeven; daarom gaf zij hem de naam Dan.
6. Então disse Raquel: Julgou-me Deus; ouviu a
minha voz e me deu um filho; pelo que lhe
chamou Dã.
7. Wederom werd Bilha, de slavin van Rachel,
zwanger en baarde Jakob een tweede zoon.
7. E Bila, serva de Raquel, concebeu outra vez e
deu à luz um segundo filho a Jacó.
8. Toen zeide Rachel: Op bovenmenselijke wijze
heb ik met mijn zuster geworsteld, ook heb ik
overmocht; en zij gaf hem de naam Naftali.
8. Então disse Raquel: Com grandes lutas tenho
lutado com minha irmã, e tenho vencido; e
chamou-lhe Naftali.
9. Toen Lea zag, dat zij had opgehouden te baren,
nam zij haar slavin Zilpa en gaf haar aan Jakob
tot vrouw.
9. Também Léia, vendo que cessara de ter filhos,
tomou a Zilpa, sua serva, e a deu a Jacó por
mulher.
10. En Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een
zoon.
10. E Zilpa, serva de Léia, deu à luz um filho a
Jacó.
11. Toen zeide Lea: Het geluk is gekomen, en zij
gaf hem de naam Gad.
11. Então disse Léia: Afortunada! e chamou-lhe
Gade.
12. En Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een
tweede zoon.
12. Depois Zilpa, serva de Léia, deu à luz um
segundo filho a Jacó.
13. Toen zeide Lea: Ik gelukkige! Voorzeker
zullen de jongedochters mij gelukkig prijzen; en
zij gaf hem de naam Aser.
13. Então disse Léia: Feliz sou eu! porque as
filhas me chamarão feliz; e chamou-lhe Aser.
14. Toen Ruben in de dagen van de tarweoogst
naar buiten ging, vond hij op het veld
liefdesappelen, die hij aan zijn moeder Lea
bracht. En Rachel zeide tot Lea: Geef mij toch
enige van de liefdesappelen van uw zoon.
14. Ora, saiu Rúben nos dias da ceifa do trigo e
achou mandrágoras no campo, e as trouxe a Léia,
sua mãe. Então disse Raquel a Léia: Dá-me, peço,
das mandrágoras de teu filho.
15. Maar zij zeide tot haar: Is het niet genoeg, dat
gij mijn man genomen hebt? En nu ook nog de
liefdesappelen van mijn zoon nemen? Rachel
zeide: Daarom mag hij vannacht bij u liggen voor
de liefdesappelen van uw zoon.
15. Ao que lhe respondeu Léia: É já pouco que
me hajas tirado meu marido? queres tirar também
as mandrágoras de meu filho? Prosseguiu Raquel:
Por isso ele se deitará contigo esta noite pelas
mandrágoras de teu filho.
16. Toen Jakob des avonds uit het veld kwam,
ging Lea hem tegemoet, en zeide: Kom bij mij,
want ik heb u eerlijk gehuurd voor de
liefdesappelen van mijn zoon. Daarom lag hij die
nacht bij haar.
16. Quando, pois, Jacó veio à tarde do campo,
saiu-lhe Léia ao encontro e disse: Hás de estar
comigo, porque certamente te aluguei pelas
mandrágoras de meu filho. E com ela deitou-se
Jacó aquela noite.
17. En God hoorde naar Lea, zij werd zwanger en
baarde Jakob een vijfde zoon.
17. E ouviu Deus a Léia, e ela concebeu e deu a
Jacó um quinto filho.
18. Toen zeide Lea: God heeft mij mijn loon
gegeven, omdat ik mijn slavin aan mijn man
gegeven heb; en zij gaf hem de naam Issakar.
18. Então disse Léia: Deus me tem dado o meu
galardão, porquanto dei minha serva a meu
marido. E chamou ao filho Issacar.
19. Wederom werd Lea zwanger en baarde Jakob
een zesde zoon. Toen zeide Lea:
19. Concebendo Léia outra vez, deu a Jacó um
sexto filho;
20. God heeft mij een schoon geschenk gegeven;
ditmaal zal mijn man bij mij wonen, omdat ik
hem zes zonen gebaard heb; en zij gaf hem de
naam Zebulon.
20. e disse: Deus me deu um excelente dote;
agora morará comigo meu marido, porque lhe
tenho dado seis filhos. E chamou-lhe Zebulom.
21. Daarna baarde zij een dochter en noemde haar
Dina.
21. Depois. disto deu à luz uma filha, e chamou-
lhe Diná.
22. Toen gedacht God Rachel, en God verhoorde
haar; Hij opende haar schoot,
22. Também lembrou-se Deus de Raquel, ouviu-a
e a tornou fecunda.
56