Page 68 - fullnew

This is a SEO version of fullnew. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
8. Toen zeide hij: Wat bedoelt gij met die gehele
schare, die ik ontmoette? En hij zeide: Om de
genegenheid van mijn heer te winnen.
8. Perguntou Esaú: Que queres dizer com todo
este bando que tenho encontrado? Respondeu
Jacó: Para achar graça aos olhos de meu senhor.
9. Maar Esau zeide: Ik heb al veel, mijn broeder;
wat gij hebt, blijve het uwe.
9. Mas Esaú disse: Tenho bastante, meu irmão;
seja teu o que tens.
10. Doch Jakob zeide: Geenszins, indien gij mij
genegen zijt, neem dan mijn gave uit mijn hand
aan, omdat ik uw aangezicht gezien heb zoals
men het aangezicht Gods ziet, en gij welgevallen
aan mij gehad hebt.
10. Replicou-lhe Jacó: Não, mas se agora tenho
achado graça aos teus olhos, aceita o presente da
minha mão; porquanto tenho visto o teu rosto,
como se tivesse visto o rosto de Deus, e tu te
agradaste de mim.
11. Neem toch mijn geschenk, dat u gebracht
werd, want God is mij genadig geweest en ik heb
alles. En hij hield bij hem aan, zodat hij het nam.
11. Aceita, peço-te, o meu presente, que eu te
trouxe; porque Deus tem sido bondoso para
comigo, e porque tenho de tudo. E insistiu com
ele, e ele o aceitou.
12. En hij zeide: Laat ons toch opbreken en
verder reizen; ik wil u begeleiden.
12. Então Esaú disse: Ponhamo-nos a caminho e
vamos; eu irei adiante de ti.
13. Maar hij zeide tot hem: Mijn heer weet, dat de
kinderen teer zijn, en dat ik kleinvee en zogende
runderen bij mij heb; zou men die een dag al te
zeer jagen, dan zou de gehele kudde sterven.
13. Respondeu-lhe Jacó: Meu senhor sabe que
estes filhos são tenros, e que tenho comigo
ovelhas e vacas de leite; se forem obrigadas a
caminhar demais por um só dia, todo o rebanho
morrerá.
14. Mijn heer trekke toch voor zijn knecht uit en
ik wil op mijn gemak verder trekken naar de tred
van het vee, dat voor mij uitgaat, en naar de tred
van de kinderen, totdat ik bij mijn heer in Seir
kom.
14. Passe o meu senhor adiante de seu servo; e eu
seguirei, conduzindo-os calmamente, conforme o
passo do gado que está diante de mim, e
conforme o passo dos meninos, até que chegue a
meu senhor em Seir.
15. Toen zeide Esau: Laat mij dan van het volk
dat bij mij is, enigen bij u achterlaten. Maar hij
zeide: Waarom toch? Laat mij de genegenheid
van mijn heer winnen.
15. Ao que disse Esaú: Permite ao menos que eu
deixe contigo alguns da minha gente. Replicou
Jacó: Para que? Basta que eu ache graça aos olhos
de meu senhor.
16. Dus ging Esau die dag weer zijns weegs, naar
Seir.
16. Assim tornou Esaú aquele dia pelo seu
caminho em direção a Seir.
17. Maar Jakob brak op naar Sukkot en hij
bouwde zich daar een huis, en voor zijn kudde
maakte hij hutten. Daarom noemde hij die plaats
Sukkot.
17. Jacó, porém, partiu para Sucote, e edificou
para si uma casa, e fez barracas para o seu gado;
por isso o lugar se chama Sucote.
18. Jakob kwam op zijn tocht uit Paddan-aram
behouden bij de stad Sichem, in het land Kanaan
en sloeg zijn legerplaats ten oosten van de stad
op;
18. Depois chegou Jacó em paz à cidade de
Siquém, que está na terra de Canaã, quando veio
de Padã-Arã; e armou a sua tenda diante da
cidade.
19. hij kocht voor honderd geldstukken het stuk
land waarop hij zijn tent gespannen had, van de
zonen van Hemor, de vader van Sichem.
19. E comprou a parte do campo, em que
estendera a sua tenda, dos filhos de Hamor, pai de
Siquém, por cem peças de dinheiro.
20. Daar richtte hij een altaar op en noemde dat:
De God van Israël is God.
20. Então levantou ali um altar, e chamou-lhe o
El-Eloé-Israel.
Genesis 34
Gênesis 34
1. Dina, de dochter van Lea, die zij Jakob gebaard
had, ging eens uit om de dochters des lands te
bezoeken.
1. Diná, filha de Léia, que esta tivera de Jacó,
saiu para ver as filhas da terra.
65